LUchtvaart Nationaal Antwerpen Kempen
LUNAK

![]()
WINGS OF WALLONIA - BAPA - GEMBLOUX
Belgian Aviation Preservation Association (BAPA) gevestigd in Gembloux (provincie Namen) is al vele jaren actief met de restauratie van vliegtuigen (zowel zweef- als motorvliegtuigen), helikopters en vliegtuigmotoren voor statische expo in musea. De nadruk ligt hierbij voornamelijk op artefacten welke een rol hebben gespeeld in onze nationale luchtvaartgeschiedenis.
Sinds deze zomer is er in een loods naast hun atelier een museum geopend waar een aantal compleet gerestaureerde vliegtuigen en heli’s op een mooie en overzichtelijk wijze worden geëxposeerd. De bedoeling is om op die manier de vereniging in een breder daglicht te plaatsen en meer bekendheid onder het grote publiek te creëren. Het museum is het enige luchtvaartmuseum in Wallonië dat gewijd is aan de burgerluchtvaart (in tegenstelling tot de musea van de luchtmachtbases van Beauvechain, Bierset en Florennes).
Enkele weken geleden maakten wij een afspraak om op een zaterdagnamiddag een bezoek te brengen aan het museum en het atelier. Samen met nog enkele andere bezoekers kregen we een 2 uur durende rondleiding. Het museum herbergt een aantal ware schatten waarvan enkele zelfs voor ons totaal onbekend waren. In de eerste plaats vermelden we de Clybouw CW-105F, een lichte driepersoons helikopter ontworpen en gebouwd door de Brugse ingenieur Willy Clybouw omstreeks 1970. Alhoewel voorzien van een 245 PK Lycoming motor heeft het hoogstwaarschijnlijk nooit gevlogen (het werd zeker nooit ingeschreven in het Belgische civiele luchtvaartregister). Een ander minder bekende heli is de Franse Sud-Ouest SO-1221 Djinn. Dit was de eerste met een turbinemotor (Turbomeca Palouste) aangedreven helikopter ter wereld welke in serie werd geproduceerd. Het toestel werd ook in overweging genomen door het Licht Vliegwezen van de Landmacht maar uiteindelijk koos men voor de meer capabele Alouette II.
Eveneens heel zeldzaam is een exemplaar van de Focke-Achgelis Fa-330. Deze motorloze autogiro kon in gedemonteerde vorm meegenomen worden door Duitse duikboten. Eens gemonteerd werd het, verbonden aan een sleepkabel, door de duikboot opgelaten en gesleept tot op een hoogte van 100 tot 120 meter. De piloot had zodoende een veel wijdere horizon dan de bemanning vanop de lage brug van de duikboot. Via een in de sleepkabel ingebouwde telefoonlijn kon hij zijn waarnemingen doormelden naar de U-Boot. Het apparaat werd enkel gebruikt door onderzeeërs welk in de Zuid-Atlantische en de Indische oceaan actief waren. Wat het uiteindelijk lot van de bestuurder was indien de duikboot een noodduik moest uitvoeren laat zich makkelijk raden.
Onder de tentoongestelde vliegtuigen met vaste vleugels vermelden we een onlangs door de eigenaar geschonken Tipsy Nipper eenzitter en een exemplaar van de Ultralight SV4-RS. Het betreft hier een frame dat gebruikt werd voor het uitvoeren van de structurele tests en is zonder bekleding van de romp en vleugels. Verder herbergt het museum een aantal (zowel oude als recente) zweefvliegtuigen.
Naast vliegtuigen worden ook een serie oude zuigermotoren tentoongesteld, gaande van een Gnome rotatiemotor van voor WO I tot een Rolls-Royce Merlin (van een Avro Lancaster) en een moderne Lycoming van een Cessna 172.
Minder bekend is de door FN uit Herstal ontwikkelde AL.2, een 46 PK leverende en 57 kg wegende motor welke aan Avions Fairey in Gosselies werd aangeboden als aandrijving voor de Tipsy Nipper maar uiteindelijk niet werd weerhouden voor productie. Uniformen, instrumentenborden en andere artefacten vervolledigen de tentoonstellingsruimte.
In het atelier zijn een aantal medewerkers werkzaam aan de restauratie van een Amerikaanse North American B-25 Mitchell middelzware bommenwerper. Dit vliegtuig was in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw actief in Groot-Brittannië waar het een filmcarrière uitbouwde in films als “Catch 22” en “Hannover Street”. Nadien verkommerde het tientallen jaren in openlucht alvorens omstreeks begin 2006 in gedemonteerde staat te worden overgebracht naar België. Na opslag op diverse plaatsen wordt sinds 2013 in de werkplaats van BAPA in Gembloux gewerkt aan een complete renovatie voor statische tentoonstelling maar een einddatum is nog niet voor de nabije toekomst. Een ander vliegtuig waar men aan werkt is de Cessna 310B OO-SEI. Dit tweemotorige toestel werd tussen 1958 en 1980 gebruikt door de Burgerluchtvaartschool op Grimbergen voor de opleiding van commerciële piloten. Het vloog in die tijd, samen met zijn soortgenoten, in de kleuren van Sabena. Na de uitdienststelling belandde het in 1995 als statisch trainingsobject bij de technische school VLOC in Oostende. Vanaf 2018 stond de lege romp in openlucht opgesteld tot het in januari 2021 bij BAPA terechtkwam. Ook hier is nog veel werk aan maar de binneninrichting inclusief stoelen en instrumentenbord is al compleet gerestaureerd. In het atelier wachten nog een aantal andere (weliswaar kleinere) vliegtuigen, waaronder enkele Pou-du-Ciel’s, een Aviasud AE-209 Albatros en Chickinox ULM op liefhebbende aandacht.
Het museum en de werkplaats van BAPA zijn te bezoeken op zaterdag van 10.00 h tot 17.00 h en op woensdagavond van 17.00 h tot 21.00 h. Bezoek kan op individuele basis of met groepen (van maximum 20 personen). De toegangsprijs bedraagt 10 euro per persoon. Afspraken dienen gemaakt te worden via e-mail naar visite @ bapa.aero op hun website.
De praktische afspraken gebeuren dan verder via deze weg.
Een bezoek aan het BAPA-museum is zeker de moeite waard en we kunnen de mensen van BAPA niet genoeg feliciteren om hun uitmuntende initiatieven ten voordele van het behoud en het vervolledigen van het Belgische luchtvaartpatrimonium.
(Tekst & Foto’s : Marc Van Ryssel)
Klik op de foto hierna voor het beeldverslag van Marc.
