LUchtvaart Nationaal Antwerpen Kempen
LUNAK

![]()
MISTEL COMBINATIES - WERELDOORLOG II
Als we de vertaling van het Duitse woord “Mistel” opzoeken krijgen we als resultaat “mistletoe” in het Engels en “maretak” in het Nederlands. Nu is een maretak een parasitaire plant met witte bessen, die samen met hulst geassocieerd wordt met Kerstmis. Maar wat heeft dat in ‘s hemelsnaam met luchtvaart te maken? Wel, tijdens de 2e Wereldoorlog bouwden de Duitsers rare vliegmachines bestaande uit een bommenwerper met een jachtvliegtuig bovenop, die de naam Mistel kregen. Wat was dat dan precies? Wij zochten het voor u uit!
Vanaf 1942 experimenteerden de Duitsers met de samenbouw van 2 vliegtuigen boven elkaar, die in vlucht van elkaar konden ontkoppeld worden. Ze verwezen daarbij naar deze combinatie als “Huckepack” (“piggyback” in het Engels, vrij vertaald : “op de rug gedragen”).
In september 1942 werd het Huckepack-concept uitgetest in een combinatie met een DFS230 aanvalszwever onderaan en een Klemm Kl35B lesvliegtuig bovenaan, rustend op een soort uit de kluiten gewassen bagagerek dat zich tussen de 2 vliegtuigen bevond. Bij het opstijgen werd de testcombinatie op conventionele wijze als zweefvliegtuig de lucht in gesleept door een Junkers Ju52/3m, de Kl35B was bedoeld om de zwever een groter vliegbereik te bezorgen na het afkoppelen van het sleeptoestel. Een grote Junkers Ju52/3m zou in de nabijheid van het vijandelijk landingsterrein namelijk te zeer de aandacht getrokken hebben, terwijl de kleine Kl35B de DFS230 veel dichter bij het doel kon brengen zonder de vijand te alarmeren. Van zodra het landingsterrein binnen het zweefbereik van de DFS230 kwam werd de Kl35B losgekoppeld om weer huiswaarts te keren.
De Klemm Kl35B werd al snel vervangen door een krachtigere Focke-Wulf Fw56 Stösser, in juni 1943 werd deze op zijn beurt vervangen door een Messerschmitt Bf109E. Dankzij het grotere motorvermogen van deze Bf109E kon de Huckepack-combinatie nu ook zelfstandig opstijgen. Inmiddels was de oorlog echter dermate geëvolueerd dat Duitsland zich niet langer in een positie bevond waarbij met aanvalszwevers terrein op de vijand diende veroverd te worden. De DFS230 Huckepack-combinatie werd dan ook nooit operationeel gebruikt.
Het concept bood evenwel andere mogelijkheden. Door het bemande bovenste vliegtuig als geleidingssysteem te laten dienen voor een onbemand onderste vliegtuig kon men op vrij eenvoudige wijze een krachtige vliegende bom (Grossbombe) verwezenlijken. Eenmaal ontkoppeld moest het onbemande toestel, uiteraard voorzien van de nodige explosieven, zich op het doel storten terwijl het bemande vliegtuig netjes weer naar zijn thuisbasis vloog. Het bovenste toestel had een minimum aan brandstof aan boord, voldoende voor de terugvlucht, terwijl het van start tot ontkoppeling brandstof kon onttrekken aan het onderste vliegtuig. In de natuur wordt dit laatste parasitair gedrag genoemd, perfect in overeenstemming met de manier waarop de maretak zich voedt met sappen van zijn gastheer-boom. Sommige auteurs beweren dan ook dat hier de oorsprong van de term Mistel moet gezocht worden. Afhankelijk van de bron wordt de benaming Mistel (maretak, veralgemeend als “parasiet”) hetzij toegekend aan de combinatie van de 2 vliegtuigen of enkel aan het onderste vliegtuig. Hierbij maken we de bedenking dat het eigenlijk net het bovenste vliegtuig is dat brandstof uit de onderste component onttrekt en dus de eigenlijke parasiet is...
Los van de al dan niet correcte Mistel benaming (die in het Duits trouwens tegenwoordig algemeen wordt toegepast voor alle constructies met 2 gekoppelde vliegtuigen) werd het project onder leiding van Junkers Flugzeug- und Motorenwerke aanvankelijk met de codenaam Beethoven-Gerät opgestart, een benaming die snel in onbruik geraakte. Ook de term “Vater-Sohn” (vader-zoon) waarmee de 2 Mistel componenten werden aangeduid sloeg niet echt aan.
De eerste testvluchten van een Mistel combinatie bestaande uit een aangepaste Junkers Ju88A-4 (bemand tijdens de testvluchten) en een Messerschmitt Bf109F-4 vonden plaats in 1943, gevolgd door een test met explosieven in februari 1944. In dit laatste geval was de onderste component (de Grossbombe) een omgebouwde Ju88 waarvan de volledige neussectie met cockpit vervangen was door een cilindervormige springlading (een holle lading van 3.8 ton). Ondanks het feit dat de test niet helemaal verliep zoals verwacht (de Ju88 geraakte stuurloos na ontkoppeling van de Bf109) werd het ontwikkelingsprogramma voortgezet.
In 1944 en 1945 werden meerdere aanvalsmissies uitgevoerd met Mistel combinaties. Vanwege de hoge kwetsbaarheid in vlucht (geen bewapening ter verdediging, niet echt vlot manoeuvreerbaar om een luchtgevecht te ontwijken, groot doel voor geallieerd luchtafweergeschut) werden vrijwel alle operationele missies bij nacht uitgevoerd. Aanvankelijk werden de Mistel combinaties hoofdzakelijk ingezet tegen schepen, na de geallieerde landing in Normandië werden ook bruggen een mogelijk doelwit. Hoewel de inslaande Mistel component voor de nodige verwoesting zorgde waren deze aanvallen slechts in beperkte mate succesvol te noemen vanwege het gebrek aan trefzekerheid.
Uiteindelijk zouden om en bij de 250 Mistel combinaties gebouwd worden, zowel voor operationeel gebruik als voor opleidingsdoeleinden (Mistel S1, S2 en S3A, waarbij de S staat voor Schülung). De gebruikte Junkers Ju88’s waren vrijwel allemaal gebruikte toestellen die na beschadiging (oorlogsschade of ongeval), bij Junkers werden gerepareerd en aangepast voor hun rol als Mistel component.
Gebouwde Mistel combinaties :
- Mistel V (Versuch, prototype): Junkers Ju88A-4 + Messerschmitt Bf109F-4 (respectievelijk onderste en bovenste component, deze conventie houden we aan voor alle genoemde combinaties hieronder)
- Mistel 1 : Ju88A-4 + Bf109F-4
- Mistel S1 : bemande Ju88A-4 + Bf109F-4 voor opleiding
- Mistel 2 : Ju88G-1 + Focke-Wulf Fw190A-8 of Fw190F-8
- Mistel S2 : bemande Ju88G-1 + Fw190A-8 of Fw190F-8 voor opleiding
- Mistel 3A : Ju88A-4 + Fw190A-8
- Mistel S3A : bemande Ju88A-4 + Fw190A-8 voor opleiding
- Mistel 3B : Ju88H-4 + Fw190A-8
- Mistel 3C : Ju88G-10 + Fw190F-8
- Mistel Führungsmaschine : Ju88A-4 of Ju88H-4 + Fw190A-8 (bedoeld als leidinggevend toestel bij aanvallen met meerdere Mistel combinaties tegelijkertijd).
- combinatie Dornier Do217 + DFS228 : uitsluitend gebouwd voor proefvluchten. De experimentele DFS228 (voorzien voor raketaandrijving maar enkel getest als zweefvliegtuig) kon niet zelfstandig opstijgen en werd dus op de rug van een Do217 bommenwerper op hoogte gebracht. Strikt genomen viel deze combinatie niet onder het Mistel programma, maar zoals eerder vermeld wordt ze tegenwoordig wel zo genoemd.
Het relatief succes van aanvallen door Mistel combinaties inspireerde meerdere vliegtuigbouwers tot het bedenken van andere uitvoeringen met moderner materiaal. Gewoonlijk behelsde dit het samenvoegen van reeds bestaande vliegtuigen die in meerdere of mindere mate dienden aangepast te worden.
Straalaandrijving voor de onderste en/of de bovenste Mistel component werd als meest voor de hand liggende evolutie naar voor geschoven. Zo ontstond (op papier) een onbemande versie van de Me262 terwijl Arado de motorloze E.377 Gleitbombe en de van 2 straalmotoren E.377A ontwierp. Sommige Mistel ontwerpen werden ernstig overwogen maar de meeste brachten het niet verder dan de tekentafel. Deze nooit afgewerkte Mistel ontwerpen zijn dus allen te beschouwen als “LUFT46” zie ons artikel hierover.
Enkele voorbeelden van mogelijke Mistel combinaties die werden uitgetekend :
- Messerschmitt Me262 + Me262
- Junkers Ju287 + Me262
- Arado E.377A + Heinkel He162
- Arado Ar234C of Ar234E + Arado E.377A
- Focke-Wulf Ta154 + Fw190
- Arado Ar 234 + Fieseler Fi103 (V1)
- Arado Ar234 + Henschel Hs132
Zoals zovele nieuwe ideeën die in Nazi-Duitsland ontstonden tegen het einde van de 2e Wereldoorlog bleek de Mistel allesbehalve het wonderwapen waarop gehoopt werd. Het concept op zich was nochtans niet zo gek en sinds de 2e Wereldoorlog werd/wordt het dan ook sporadisch toegepast bij het in vlucht lanceren van experimentele vliegtuigen (bv. Bell X-1 vanuit het ruim van een Boeing B-29 Superfortress) of ruimtetuigen (bv. Scaled Composites SpaceShipOne vanaf de vleugel van de Scaled Composites White Knight).
(Gebruikte bronnen : diverse websites, boek “Die Deutschen Flugzeuge 1933-1945” (Kens & Nowarra, J.F.Lehmann Verlag, 1961), boek “German Aircraft of the Second World War” (Smith & Kay, Putnam, 1972), eigen documentatie)
(Tekst: Guido Van Roy - Foto’s: public domain, Jef Pets & Guido Van Roy)
Klik op onderstaande foto voor het beeldverslag
